Ga naar hoofdinhoud

Inzicht in het tekort aan vakmensen: Paul Pijnenburg

Bijgewerkt op

Tekort aan vakmensen: Een interview met Paul Pijnenburg

Paul Pijnenburg (31) is dakdekker en woont in Geldrop. Na het behalen van zijn bachelor kwam hij erachter dat kantoorwerk niet bij hem paste. Inmiddels werkt hij al bijna negen jaar in de bouw. We spraken Paul over zijn loopbaankeuze en zijn kijk op praktische beroepen.

Hoe ben je begonnen met je carrière als vakman? Hoe is jouw loopbaan tot nu toe verlopen?

“Na het gymnasium ben ik naar Nyenrode Business Universiteit gegaan. Ik kom niet uit een omgeving waar studeren vanzelfsprekend was. Mijn oorspronkelijke plan was om met mijn opa mee te gaan tegelzetten. Het idee was om een vak te leren, zodat ik naast mijn studie kon bijverdienen. Een studieschuld zag ik niet zitten, en mijn moeder kon mijn opleiding niet betalen. Een meisje uit mijn klas ging een duaal traject volgen aan Nyenrode: vier dagen werken op een accountantskantoor en één dag per week college. De studie werd betaald door de werkgever. Dat leek mij ideaal.

Ik was goed in economie, dus besloot hetzelfde te doen. Na mijn derde jaarcontract kreeg ik geen vast contract, en de rest van mijn bachelor heb ik toen zelf bekostigd. Daarna heb ik nog een tijd gewerkt bij een investeringsmaatschappij, maar ik merkte steeds meer dat kantoorwerk niets voor mij was. In die periode kreeg ik ook de diagnose ADHD. Op de middelbare school had ik daar weinig last van, omdat ik niet vaak op school was maar wel altijd goede cijfers haalde. Ik wist niet goed wat ik daarna wilde doen, tot ik met mijn zwager meeging het dak op.

In eerste instantie zou het tijdelijk zijn, tot ik wist wat ik écht wilde. Maar het beviel me enorm goed. Al snel ontdekte ik dat je in dit vak niet alleen voldoening uit het werk haalt, maar er ook goed mee kunt verdienen. Bovendien is er altijd een tekort aan vakmensen, en dat tekort wordt alleen maar groter. Op het gymnasium wordt er nauwelijks gesproken over praktische beroepen, terwijl dat voor sommige jongeren juist veel beter past.”

Wat vind je het leukste aan je werk?

“Het leukste aan mijn werk is dat ik lekker bezig ben. Toen ik begon, kon ik letterlijk niets. Alleen sjouwen en hard lopen. In de loop der jaren heb ik een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Wat ik nu met mijn handen kan, had ik me tien jaar geleden nooit kunnen voorstellen. Die groei heeft me gaandeweg veel voldoening gegeven.

Daarnaast kan ik in dit werk gewoon mezelf zijn. Op kantoor moest ik altijd opletten dat ik niet in dialect terugviel. Hier maakt dat allemaal niets uit.”

“Op kantoor paste ik niet, op het dak kan ik mezelf zijn”

Wat zijn op dit moment de grootste uitdagingen voor een vakman?

“De grootste uitdaging voor een vakman zijn op dit moment al die regels waar je aan moet voldoen en rekening mee moet houden. Op sommige bouwplaatsen moet je eerst een veiligheidsvideo bekijken voordat je überhaupt het terrein op mag.

Daarnaast liggen veel projecten stil of worden uitgesteld vanwege bijvoorbeeld de stikstofregels. Ook het vinden van goed en betrouwbaar personeel is lastig. Op dit moment is het trouwens overal wat rustiger. Dat merk ik bij de aannemer waarvoor ik werk, bij bevriende onderaannemers én in mijn eigen aanvragen. Maar ik verwacht dat het snel weer aantrekt.”

Welk advies zou je geven aan iemand die overweegt een praktisch beroep te kiezen?

“Ik zou jonge mensen het volgende willen meegeven: renovatiewerk is moeilijk te robotiseren. Tegen 2030 zullen naar schatting 39% van de huidige banen overbodig zijn door AI, maar onze branche zal een van de laatste zijn die daar echt door wordt geraakt.

Bij nieuwbouw ligt dat anders, bijvoorbeeld bij 3D-printen of prefab bouwen. In de toekomst kan een hele woonwijk misschien worden neergezet door drones en kranen zonder bestuurder. Maar een boeiboord vervangen van een jaren ’30-woning? Dat zal een robot voorlopig nog niet kunnen. Daar ben ik van overtuigd.”