Nieuwsbrief
Ideeënbus

Klustips

Soortgelijke opdracht plaatsen

Water aan- en afvoer

Hoofdstuk 4: De klus zelf

  • Materialen

    water10
    water11
    water12
    water13
    water14

    Er zijn nogal wat verschillende onderdelen die u nodig kunt hebben voor de veranderingen aan uw waterleiding. Namen als muurplaat (afbeelding 10), knie- en T-stukken spreken voor zich, maar andere namen doen dat niet.
    Een sok bijvoorbeeld, gebruikt u om twee uiteinden van een waterleidingbuis aan elkaar te koppelen. Als het om twee verschillende buizen gaat, gebruikt u een verloopsok. En met een verloopring kunt u het uiteinde van een buis verkleinen (afbeelding 11).

    Dan zijn er nog verschillende koppelingen mogelijk zoals knelkoppelingen en “S”koppelingen (afbeelding 12) voor het monteren van een douche- of badkraan, welke in de montage beugel (afbeelding 13) worden geplaatst. Tot slot zijn er flexibele koppelingen verkrijgbaar (afbeelding 14) in verschillende lengtes en met verschillende aansluitmaten, welke u kunt toepassen in niet standaard situaties en op plekken waar u zeer moeilijk bij kunt. U kunt al deze koppelingen en fittingen kopen in verschillende maten en uitvoeringen, die u zelf kunt solderen of knellen.

  • Druppende kraan

    water15
    water16

    Voor een druppende kraan moet u de stopkraan dichtdraaien, maar hoeft u de leiding niet leeg te laten lopen. Er zijn twee soorten kranen; tapkranen en mengkranen. Bij een mengkraan moet u eerst de knop lostrekken of losschroeven. Daarna schroeft u bij beide kranen het bovenste deel los. U kunt hierna het leertje losmaken en vervangen. daarna schroeft u het bovendeel weer vast en zet u ook eventueel de knop weer vast.

    1. Sluit de stopkraan. U hoeft de leiding niet af te tappen. Bij een gewone tapkraan, zoals een buitenkraan, schroeft u het bovendeel uit de kraan (afbeelding 15).
    2. Met een schroevendraaier of een tangetje moet u het moertje losdraaien dat het “leertje”op zijn plaats houdt. Vervang dit en monteer het weer in omgekeerde volgorde (afbeelding 16).
    3. Van mengkranen verwijdert u eerst de knop. Soms kunt u die er gewoon aftrekken, soms zit onder het rode of blauwe plaatje een schroef. Soms zit opzij van de knop een borgschroefje.

  • Mengkraan vervangen

    water17
    water18

    U begint met het verwijderen van de oude kraan. Hiervoor moet u eerst de waterleiding onder de kraan of (bij oudere kranen) de verchroomde buisjes doorzagen. Bij nieuwere kranen kunt u de flexibele aansluitslangen losdraaien of doorzagen/knippen. Daarna kunt u de grote moer losdraaien en de nieuwe kraan aanbrengen. Vervolgens draait u na eerst de kunststof ring onder de kraan te plaatsten, de bevestigingsschroef of -moer weer vast. Bij een wastafelkraan draait u een kunststof ring onder de grote moer vast (afbeelding 17). Deze kunststof ring beschermt uw wastafel tegen beschadigingen en eventueel scheuren.

    De meeste nieuwe wastafel-en keukenkranen zijn voorzien van flexibele aansluitslangen. Deze zet u vast aan de kraan en sluit u aan middels een knelkoppeling op de koud en warmwateraanvoer (afbeelding 18).

  • Aansluiten wandkranen

    water1920
    water21

    Bij de montage van een wandmengkraan dient men de volgende zaken uit te voeren:
    Bepaal eerst de plaats waar de kraan moet komen (bij een douchekraan is de standaard hoogte is 120 cm vanaf de vloer of vanaf de bodem van de douchebak gemeten).

    Vervolgens hakt u een gat in de muur ter diepte van een inbouw muurplaat of montagebeugel. Houdt hierbij rekening met de dikte van de tegels die erop komen. Houdt bij het plaatsen van muurplaten of een montagebeugel rekening met de hartafstand van de te plaatsen kraan. Wanneer de gaten zijn gemaakt, boort u de gaten voor de bevestiging. De stand van de muurplaten is afhankelijk van de leidingloop. Indien de leidingen recht vanonder komen is de montagebeugel het eenvoudigst om aan te sluiten (afbeelding 19).

    Schuur de soldeeraansluiting van de muurplaat voordat u deze met schroeven in de pluggen bevestigt maar gebruik nog geen soldeervloeistof. Dat komt pas bij het solderen van de buis in de muurplaat.

    Bij het vastschroeven van de muurplaten kun u de kraan even als mal gebruiken. U monteert de kraan op de muurplaten en draait daarna de schroeven in gaten om de muurplaat vast te zetten. Hierdoor komen de muurplaten altijd recht t.o.v. de kraan te zitten, waardoor u later niet hoeft te wringen om de kraan te monteren (afbeelding 20).

    Maak de aansluiting passend in de muurplaat. Geef een merkstreep op de muurplaat en op de buis voor de juiste stand. Wanneer het geheel passend in elkaar zit, demonteert u de kraan van de muurplaten en verwijdert u de schroeven uit de pluggen omdat deze anders bij het solderen zouden smelten! Na het schuren en van vloeimiddel voorzien, maakt u de soldeerverbinding tussen muurplaten en buis volgens de merkstrepen. Na afkoeling brengt u de schroeven weer aan. Vul de gaten in de muur op.

    Nadat u de muurplaten met een stop hebt afgedicht, zet u weer druk op de leiding en kunt u de diverse verbindingen controleren op lekkage. Daarna kunt u tegels zetten. De kraan wordt vervolgens als laatste geplaatst.

    Het plaatsen van de kraan gebeurt middels “S”koppelingen. De “S”koppelingen kunnen een verschil in hartafstand tussen kraan en muurplaten overbruggen. Er zijn verschillende afmetingen “S”koppelingen verkrijgbaar. U kunt de “S” koppelingen iets verdraaien om de kraan recht op de muur te zetten (afbeelding 21).

    Dit doet u door de kraan met de hand erop te zetten en nog niet echt vast te draaien met een sleutel. Dit vastzetten moet nauwkeurig gebeuren omdat bij linksom of terugdraaien de tape beschadigd wordt en er lekkage kan ontstaan. Als het lekt demonteert u de kraan weer, brengt u nieuw tape aan en plaatst de kraan nu in één keer in de juiste stand. Vervolgens monteert u de mengkraan.

    Voordat u de kraan op de “S”koppelingen plaatst, controleert u eerst of de fiberringen in de moeren zitten. Schroef of druk de meegeleverde rozetten eerst op de “S” koppelingen. Plaats vervolgens de kraan op de “S” koppelingen en draai de moeren handvast aan.
    Zet vervolgens de moeren met een moersleutel beurtelings steeds iets vaster totdat de verbinding waterdicht en/of horizontaal is (let erop dat de kraan recht op de muur komt). Gebruik hiervoor geen waterpomptang maar een passende steeksleutel of een bahco daar de waterpomptang het chroom van de moeren kan beschadigen. Om beschadigingen te voorkomen adviseren wij u een doekje tussen de sleutel en de moer te houden. Indien de kraan na het aandraaien van de moeren nog steeds lekt, gebruik dan een stel extra fiberringen.

  • Buitenkraan aansluiten

    Een buitenkraan moet zich altijd boven de stopkraan bevinden! Alleen dan kunt u in de winter de buitenkraan aftappen. Als u weet waar de kraan moet komen, geeft u die plaats ook exact op de binnenmuur aan, omdat u van binnenuit gaat boren. Voordat u verder gaat, moet u eerst de hoofdstopkraan dicht draaien en de leiding aftappen via het aftapkraantje.

    Vervolgens zaagt u de leiding door op de plaats waar het stopkraantje moet komen en 19 mm hoger. Dit stukje leiding haalt u ertussen uit en vervangt u straks door het T-stuk. Maak de uiteinden van de leiding die blijft zitten aan de binnen- en buitenkant goed glad met een vijl en breng het T-stuk aan.

    Nu neemt u een nieuw stuk leiding waarmee u door de muur kunt gaan. Daar zaagt u ongeveer 7,5 cm af (weer goed glad vijlen) en dat stuk zet u in het T-stuk. Daaraan bevestigt u de stop/aftapkraan. Let op: het rechtstreeks monteren van de stopkraan vereist een speciale uitvoering.

    Indien u deze niet heeft soldeert u eerst een stukje roodkoperen buis waaraan vervolgens de stopkraan wordt bevestigd.

    Als u deze werkzaamheden hebt uitgevoerd, kunt u de stopkraan dichtdraaien en dan kan de hoofdstopkraan gewoon weer opengedraaid worden. Van het nieuwe stuk leiding zaagt u weer zo’n 7,5 cm af (weer goed vijlen) en dat zet u aan de andere kant van de stopkraan. Op het andere uiteinde van dit stuk leiding zet u de tweedelige koppeling.
    Nu kunt u van binnenuit het gat boren op de hoogte van de stopkraan. Dit gat boort u van buitenaf bij met een grotere boor. De leiding die door de muur voert, moet van een mantelbuis worden voorzien. Via een knie kunt u de pijp naar buiten laten komen. Op die knie plaatst u het laatste stuk leiding en met behulp van een muurplaat bevestigt u de buitenkraan.
    1. T-stuk in 15mm leiding
    2. 15mm koperen leiding
    3. Tweedelige koppeling
    4. Stopkraan
    5. Mantelbuis
    6. Knie 15mm
    7. Muurplaat
    8. Tapkraan

  • Buitenkraan aansluiten

    .

  • Wasmachine aansluiten op de waterleiding

    Draai eerst de stopkraan dicht en laat het water uit de leiding lopen. Vervolgens zaagt u de waterleiding door op de hoogte waar de kraan moet komen en 19 mm hoger.
    Maak het uiteinde van de leiding die blijft zitten aan de binnen- en buitenzijde goed glad met een vijl en bevestig de muurplaat. Hierna kunt u de wasmachinekraan plaatsen.

  • Wat is er speciaal aan een wasmachinekraan?

    water23

    De wasmachinekraan is voorzien van een beluchter. Deze zorgt ervoor dat bij het dicht draaien van de kraan de slang iets wordt ontlucht en daardoor het terugzuigen van water uit de wasmachine wordt voorkomen! Wasmachinekranen zijn er ook met een terugslagklep. Deze zorgt ervoor dat water alléén in de wasmachine kan stromen en voorkomt dat er water terug de leiding in stroomt (afbeelding 23).

  • Wasmachine aansluiten op afvoer

    water24

    U begint met het plaatsten van een stuk afvoerpijp (ongeveer 4 cm) op de riolering. Op dat stuk afvoerpijp sluit u een sifon aan. Daarvandaan laat u een ander stuk afvoerpijp tenminste 65cm verticaal langs de muur omhoog lopen. Daar bovenop lijmt u een zogenaamde sok met een speciaal rubbermanchet. Klem daarop de afvoerslang van de wasmachine goed vast. (afbeelding 24)